29 maart, 2006
De CeBIT trok de afgelopen dagen bijna een half miljoen bezoekers. Wie alle stands langs wil, legt in een paar dagen zo’n veertig kilometer af. In werkelijkheid ligt de afstand nog wel wat hoger, want vaak komt het voor dat je nog even terug wilt naar een stand waar je eerder bent geweest voor een betere foto of extra specs.
Ik ben dol op congressen en beurzen, vooral als ze ’bigger than life’ zijn, zoals de CeBIT, TechEd en de CES. Het gaat me niet zozeer om de contacten, want met de meeste PR- en productmanagers kun je ook gewoon in Nederland afspreken. Nee, mij gaat het erom een beeld te krijgen waar het naartoe gaat, ook al gebeurt er teveel op zo’n immense oppervlakte om alles te zien en mee te maken. Je moet oppassen dat de indrukken niet teveel worden beïnvloed door toevallige gebeurtenissen: zo schreef iemand op een weblog dat games hot zijn omdat er veel jongeren rondlopen op de CeBIT. Het verband tussen jeugd en games lijkt me al niet helemaal waterdicht, maar de betreffende persoon bleek op zaterdag naar de CeBIT te zijn gegaan, een dag waarop de CeBIT traditioneel volstroomt met studenten en scholieren, die gretig op jacht zijn naar goodies.
De meeste journalisten blijven maar een dag of twee op de CeBIT en proberen in die korte tijd de trends te ontdekken en er gelijktijdig ook nog verslag van te doen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave, vooral als je ook nog van plan bent persconferenties te bezoeken, afspraken met standhouders hebt en tot diep in de nacht bij de vele party’s aanwezig wilt zijn. Dat laatste is iets, waar ik tijdens zo’n evenement dan ook maar van afzie (als ik er al voor wordt uitgenodigd).
Natuurlijk ga je op zo’n beurs bij de grote namen langs, maar de echt nieuwe en verrassende dingen vind je bij de kleinere stands. Bij de grote fabrikanten zie je meestal spullen die al eerder in een persbericht zijn aangekondigd en die we soms zelfs al voor een test in handen hebben gehad. Wat niet betekent, dat de grote jongens op de CeBIT helemaal geen vernieuwingen laten zien, want de meeste fabrikanten grijpen de CeBIT terecht aan om ons met een flinke stapel persberichten te overdonderen. Maar in de kleinere stands, met name in de Taiwan- en Korea-paviljoens zie je veel beter wat er in de markt gaande is: de vele prototypes van soms volstrekt waanzinnige productideeën laten zien waar we naartoe gaan en de nageaapte producten laten zien wat er op dit moment actueel is.
Trouwens, als journalisten al moeite hebben om de algemene trends te ontdekken, zal het met de doorsneebezoeker niet veel beter zijn gesteld. Volgens de CeBIT-organisatie bezochten de bezoekers dit jaar gemiddeld 27 stands. Dat is meer dan vorig jaar (21 stands), maar in mijn ogen nog steeds een schokkend laag aantal. Hoe kan je dan in hemelsnaam weten wat er speelt?
Gonny van der Zwaag is werkzaam als redacteur bij PCM. In haar vrije tijd houdt ze zich – nogal fanatiek - bezig met pda’s en al het overige dat mobiel en draadloos is. Hiervoor deed zij freelancewerk voor verschillende kleinere bladen en was zij werkzaam in de effecten- en consultancywereld, waar ze projecten leidde op het gebied van onder andere kennismanagement en intranetten.
Onderwerpen: Weblogs | Geen reacties »
10 maart, 2006
Elke dag krijgen we op de redactie berichten in onze mailbox waarin anti-virusbedrijven ons waarschuwen voor nieuwe virussen, wormen, malware, 419-scams en andere enge dingen. Belangrijke mensen in de ict-wereld voorspellen dat het internet door al dit engs binnen afzienbare tijd door het merendeel van de gebruikers de rug wordt toegekeerd. Sterker nog, volgens sommige onderzoeken blijkt dit al op grote schaal te gebeuren.
Eerlijk gezegd word ik een beetje moe van al dat doemdenken en de doorgeslagen aandacht voor internetziektes. Mijn naam voor deze ongezonde obsessie is de medisch klinkende term ‘internetus hypochondria’.
Ik vergelijk het internet wel eens met een andere wonder van complexiteit: het menselijk lichaam. Dit is, net als het internet, complex en kent daardoor een aantal zwakheden. Iedereen mens is wel eens ziek geweest en zal opnieuw wel weer eens ziek worden. We weten dit en gaan gewoon door met ons leven, zonder dat we het een obsessie laten worden zoals hypochonders dat wel doen. Ziektes hoeven ook geen obsessie te zijn, omdat we weten wat we kunnen doen om de kans op ziek worden zo veel mogelijk te verkleinen. En als we dan toch ziek worden, dan hebben we medicijnen en artsen die ons beter kunnen maken. Dit geldt ook voor het internet en uw computer.
Als u surft over het internet, loopt uw computer kans om ziek te worden. Sterker nog: het is bijna zeker dat uw pc ooit ziek zal worden. Gebeurt dat, dan zijn er programma’s die hem weer beter kunnen maken. Bovendien weet u wat u moet doen om de kans op computerziektes zo klein mogelijk te maken. Echter, ook daar hoeft u niet panisch over te doen. U loopt toch ook wel eens met een t-shirt vanuit een warm huis de kou in? En u gaat toch ook vanuit een raar soort arbeidsethos naar uw werk terwijl u een aankomende griep hebt? Laten we ons dan ook niet als hypochonders druk maken over allerlei virussen en andere in omloop zijnde ergernissen. Een drastische maatregels als stoppen met surfen is dus niet nodig. Wat zou u ervan vinden als artsen elke dag de krant zouden halen met waarschuwingen over nieuwe ziektes? U zou die artikelen waarschijnlijk niet meer lezen en ze als irritant beschouwen. Waarom laten we ons dan wel gek maken door de vele berichten van anti-virusbedrijven? De enige reden voor die berichten is immers dat de antivirus-bedrijven profiteren van onze doorgeslagen angst voor computerziektes.
Daarom stel ik voor dat we voortaan het lezen van dergelijke berichten vermijden en gewoon lekker zorgeloos surfen en ons richten op de mooie dingen dat het internet ons biedt.
Donato Ranzato is werkzaam als webredacteur bij PCM. Hiervoor werkte hij in de non-profit sector, in een vergelijkbare functie, en daar ontdekte hij zijn liefde voor interim-managers en geitenwollensokken.
Onderwerpen: Weblogs | Geen reacties »