29 september, 2006

Om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen gaan journalisten van PCM regelmatig op stap. Zo ben ik afgelopen maandag op uitnodiging van internet- en telecombedrijf Orange naar Parijs geweest, alwaar de Europese pers werd bijgepraat over nieuwe diensten. In één dag moest een heel programma worden afgewerkt, dus dat betekende vroeg opstaan. In mijn geval rinkelde de wekker al om half vijf ‘s ochtends, want ik moest anderhalf uur later op Schiphol aanwezig zijn. Bij aankomst op onze nationale luchthaven werd ik verwelkomd door Dianne Potters, de PR-manager van Orange Nederland. Na wat handjes geschud te hebben van collega-journalisten van andere bladen, liep ik door naar de incheckautomaat om mijn vliegticket te laten printen: even je paspoort laten scannen, wat vragen op het aanraakscherm beantwoorden en je bent klaar.
Om half acht stegen we op en na ongeveer een uur waren we geland op de luchthaven Charles de Gaulles, waar U2 de videoclip Beautiful Day heeft opgenomen. Na een korte rit met een touringcar arriveerden we rond half elf op het hoofdkantoor van moedermaatschappij France Telecom om de persconferentie bij te wonen. Daar sprak onder andere topman Didier Lombard over de introductie van Unique (vast en mobiel bellen met één toestel). Dat France Telecom een groot concern is, blijkt wel als ik verneem dat zij 203.000 medewerkers in dienst hebben die ruim 145 miljoen klanten van telecom- en internetdiensten voorzien. Tijdens de perspresentatie waren cameraploegen en journalisten uit meerdere landen aanwezig. Vanwege het internationale karakter van de bijeenkomst werd alles simultaan vertaald: hiertoe werden hoofdtelefoons beschikbaar gesteld waarbij je de keuze had uit een Franse of Engelse vertaling.
Na een lichte lunch vertrokken we per bus door hartje Parijs naar het Research & Development Center. Wereldwijd heeft France Telecom 3900 onderzoekers in dienst, verspreid over zestien onderzoekscentra op drie continenten. In het onderzoekscentrum werd een aantal interessante ontwikkelingen getoond. Zo werd een videobril gedemonstreerd die je kunt aansluiten op de mobiele telefoon om daarmee onderweg films te bekijken. Bijzonder indrukwekkend was de Realmeet Room, een kamer voorzien van camera’s en een videoscherm van ongeveer één bij twee meter, waarmee het mogelijk is om op afstand via het internet te vergaderen. Het grote voordeel is dat alle deelnemers aan de vergadering op ware grootte op het videoscherm zichtbaar zijn, waardoor het lijkt alsof iedereen in dezelfde kamer aanwezig is. Hierna gingen we weer terug naar het vliegveld. Na een smakelijke maaltijd met een Heineken-biertje genuttigd te hebben, stegen we kort daana weer op om even na negen uur ’s avonds op Schiphol te landen.
Marc Boersma, redacteur
Onderwerpen: Zonder rubriek | 3 Reacties »
25 september, 2006

Ik moet u wat bekennen: net als mijn voorganger sla ik graag een balletje. Nee, geen tennis, squash of hockey, maar golf. Vooruit, ik stap alleen bij droog weer de baan op en in de wintermaanden staan de stokken op zolder. Toch gaat het bloed sneller stromen als ik de frisse geur van een vers gemaaide green kan opsnuiven. Sterker nog, zelfs zonder die geur en fysieke inspanning blijf ik fanatiek. Zo heb ik het afgelopen weekend met veel genoegen naar de BBC-samenvattingen van de Ryder Cup gekeken en gezien hoe Europa de Verenigde Staten afdroogde: 18,5 tegen 9,5. Daar kon zelfs Tiger Woods niets aan veranderen!
Over Tiger Woods gesproken… uitgerekend dit weekend heb ik de nieuwe, 2007-versie van de gelijknamige golfgame geïnstalleerd. Meer banen, meer opties en nog betere graphics. Op dit moment is er geen beter golfspel dan Tiger Woods 2007 (bespreking volgt later deze week in ons TestCenter), toch had ik het al snel gezien. Oké, de concurrentie met de Ryder Cup was groot, maar ik bespeurde dit weekend nog iets anders. Een gevoel van onbehagen. Waarom kon De Nieuwe Tijger mij maar zo kort boeien? Het antwoord was snel gevonden, want voordat ik het wist waren mijn gedachten bij niet het beste, maar wel het leukste golfspel op deze aarde: Shot Online.
En hier komt bekentenis nummer twee. Ik sla graag online een balletje. Shot Online is het meest uitdagende golfspel dat er bestaat. Software downloaden, gratis account aanmaken en voordat je het weet denk je nog maar één ding: hoe verbeter ik mijn level en handicap. Vele duizenden virtuele golfers over de hele wereld zijn dagelijks met elkaar verwikkeld in heftige potjes digitale golf. Het concept is even simpel als verslavend. Hoe langer je speelt, des te meer punten en geld je verzamelt. Met de punten verhoog je je niveau (kracht, techniek, accuratesse, uithoudingsvermogen), met het geld kun je betere spullen (stokken, ballen, kleding, etc) kopen. Via een online shop kan iedere deelnemer vervolgens nog betere clubs en power-ups kopen, waarmee je sneller een hoger niveau haalt. De graphics zijn lang niet zo mooi als EA’s Tiger Woods, maar de interface is gebruiksvriendelijk en opgetuigd met talloze interessante features (chat, guilds, toernooien, kwalificaties).
En dus ‘loop’ ik regelmatig een rondje op de banen van Shot Online. Niet omdat ik de mooiste golfcourses wil zien, wel omdat ik pas bij level 42 ben en gisteren nog werd ingemaakt door een Amerikaan met level 76. Dat deed pijn, want om level 76 te bereiken moet ik nog minstens 53 jaar bij Shot Online blijven oefenen. Gelukkig trok Europa later die dag de champagne open. En ik een solidair biertje. Proost!
Edwin Ammerlaan, hoofdredacteur
Onderwerpen: Weblogs | 1 Reactie »
21 september, 2006
Dat deze navulwinkels steeds meer door de consument bezocht worden, zal u niet verbazen. Reden voor PCM om dit nieuwe fenomeen te onderzoeken. Samen met mijn collega Gerard Sombroek heb ik het hele land doorgereisd om navulwinkels te bezoeken. Vermomd als gewone consumenten hebben wij een aantal inktpatronen laten navullen en daarbij hebben wij gelet op deskundigheid van het personeel, het serviceniveau en natuurlijk de kwaliteit van de inkt. Bent u nieuwsgierig naar onze bevindingen? Lees dan het nieuwe nummer van PCM. Daarin staat een artikel van zeven pagina’s met interessante informatie over navulwinkels en waar u op moet letten.
Het best nuttig om eens stil te staan bij de hoge prijs die printerfabrikanten vragen voor nieuwe inktpatronen. Natuurlijk zijn de printerinkten de afgelopen jaren enorm verbeterd en investeren de fabrikanen veel tijd en energie in onderzoek, maar zegt u nu eens eerlijk: als u een routebeschrijving, nieuwsbericht, brief op webpagina afdrukt, wilt u dan per se de beste kwaliteit? Een cartridge bevat doorgaans enkele milliliters inkt en daarvoor betaalt u al snel enkele tientallen euro’s. De meeste mensen zijn zich daarvan niet bewust.
De afgelopen week hebben we een aantal willekeurige mensen gevraagd wat de prijs voor een liter printerinkt is. Nu zullen de meeste computergebruikers niet zo snel een liter printerinkt verbruiken, maar omgerekend naar dit volume heeft u wel een indicatie van de hoge prijs. In ons voorbeeld hebben we gebruik gemaakt van de HP344 inktcatridge. Die kost 36 euro bij Dixons en bevat 14 ml inkt. Omgerekend betaalt u voor een liter van deze inkt dan een bedrag van 2571 euro. Op het filmpje kunt u de reacties van de mensen zien.
Tot slot: op ons forum hebben wij een speciale sectie geopend waar u uw ervaringen met navulwinkels en printerinkt met andere computergebruikers kunt delen.
Marc Boersma, redacteur
Onderwerpen: Weblogs | 23 Reacties »
21 september, 2006

Dolblij word ik soms van de spullen die op de redactie komen, van het pc-nieuws dat wij elke dag op PCMweb zetten of van de persberichten in mijn mailbox. Want echt, pc-onderdelen, randapparatuur en software zijn er echt niet alleen omdat het zo handig is. Nee, sommige fabrikanten denken werkelijk met je mee. Zo maakte collega Xander mij blij met het bericht over een HP-camera die je slanker laat lijken (bekijk het filmpje op hp.com).
Geweldig! Aan de lijn? Dat is zooo 2006! Kwestie van de juiste camera en klaar. Opeens bedenk ik mij dat al die slanke dames in de glossy’s natuurlijk al járen met zo’n camera gefotografeerd worden. Want kom op zeg: Kate Moss heeft natuurlijk ook gewoon een dikke kont.

En zie je er op die foto lekker slank uit, maar staat dat blauwe bloesje niet, of kom je toch wat bleekjes over? Collega Arianne gaf me een flyer van Paint Shop Pro Photo XI. In die software zit een Kleurwisselaar. Daarmee wordt dat blauwe shirtje rood, krijg je prachtig witte tanden en zie je eruit alsof je net van vakantie terugbent.
What’s next? Software waarmee je vanzelf afvalt? Hoeveel calorieën verbrand je eigenlijk bij 200 aanslagen per minuut?
Astrid Hesseling, eindredacteur
Onderwerpen: Weblogs | Geen reacties »
18 september, 2006

Wilde je vroeger bij de culturele trendsetters behoren, dan moest je tenminste Latijn en Grieks hebben geleerd op het gymnasium, de juiste boeken hebben gelezen en in de juiste uitgaansgelegenheden komen. Latijn en Grieks waren een intellectuele ‘must’ omdat je daarmee de grote literaire klassiekers in de taal van de originele culturele trendsetters kon lezen. Toen de Rooms-Katholieke Kerk de culturele macht in Europa had, was het Latijn de taal waarin de toenmalige trendsetters – de monniken – met elkaar van gedachten wisselden en nieuwe culturele ontwikkelingen over Europa verspreidden. Lange tijd was de manier van communiceren en de boeken die de monniken belangrijk vonden bepalend voor intellectuelen die mee wilden tellen.
Aan die tijd komt een einde. Nieuwe media vervangen de oude media als verspreider van cultuur. Zoals muziek in de 18de eeuw het middeleeuwse boek verving als verspreider van cultuur en de Franse taal de nieuwe taal onder intellectuelen werd, nam halverwege de vorige eeuw de televisie het culturele estafettestokje over van klassieke muziek en werd Engels de nieuwe voertaal voor de verspreiding van cultuur. Nu is internet het belangrijkste medium aan het worden waarmee cultuur wordt verspreid en ontwikkeld. De studiebollen van vroeger die verdwenen in afgelegen kloosters, zijn de studiebollen van nu die verdwijnen achter hun computers op stille zolderkamers. De opmars van internet als nieuwe culturele trendsetter is onmiskenbaar.
Behalve een gemeenschappelijke taal maakt de nieuwe intellectuele elite gebruik van een gezamenlijke belevingswereld. Die wereld bestaat echter niet meer uit Homerus, Socrates en Descartes, maar uit Spielberg, Lucas, the Simpsons en Whedon. De in-jokes, citaten en wijsheden komen nu uit de belevingswereld van de nerds, de intellectuelen van de nieuwe media. Online forums hebben de plaats ingenomen van het originele Romeinse marktplein en de moderne monniken reizen per digitale snelweg om elkaar te ontmoeten.
De manier waarop de cultuur van de intellectuele elite doorsijpelt naar de ‘gewone man’ is ook veranderd. De digitale intellectueel schrijft geen boeken meer en componeert geen muziek. Hij neemt actief deel aan een populair forum en plaatst daar regelmatig gedachtes en links naar interessante berichten die hij op internet heeft gevonden. Een goed voorbeeld – helaas negatief – van hoe de hedendaagse cultuur wordt beïnvloed door de nieuwe intellectuele elite zijn de complottheorieën omtrent 9/11. Deze komen allemaal van internet en nu zijn ze een vast element van onze populaire cultuur. In de nabije toekomst zal veel meer van wat u op televisie ziet en in kranten leest zijn origine vinden in discussies op internetforums.
Maar behalve door middel van actieve participatie door de nieuwe elite wordt onze moderne cultuur ook passief door de elite beïnvloed door middel van internetmemes. Een meme is een begrip uit de memetica. Het is een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt; het wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. In specifiekere termen: een meme is een zichzelf vermeerderende eenheid van de culturele evolutie, zoals een gen de eenheid is van de biologische evolutie. Hoe dicht u tegen de nieuwe intellectuele elite aanzit blijkt uit de mate waarin u bekend bent met de meest recente internetmemes. Eens kijken hoeveel u er herkent: ‘All your base are belong to us’, ‘man what’, ‘O rly?’, ‘N00bs’, ‘PWNED!!’, ‘It’s a trap!’, ‘I’m teh l33t ‘, ‘Head On! Apply directly to the forehead!’, ‘Flying Spaghetti Monster’. Een aantal begint nu door te sijpelen in het dagelijkse taalgebruik. Vooral nog in Engelssprekende landen zoals de VS, maar het duurt niet lang meer of u zult ze ook hier op straat horen.
Bovenstaande uitspraken mogen u misschien totaal – of gedeeltelijk – onbekend voorkomen, maar ze worden dagelijks door duizenden internetters van over de hele wereld gebruikt. Ze zijn de moderne versies van ‘carpie diem’, ‘idem dito’ of ‘Post scriptum (P.S.)’.
Een voordeel van de nieuwe intellectuele elite is dat ze makkelijker te vinden en te benaderen is. Met een Harry Mulisch, Jan Blokker of een Jan Marijnissen is moeilijk in contact te komen. Wilt u van gedachten wisselen met hun opvolgers dan kunt u gewoon naar een populair internetforum surfen en deelnemen. Wie weet, misschien is die nerd in uw sociale kring wel lid van de nieuwe elite en een belangrijke trendsetter.
Donato Ranzato, internetredacteur
Onderwerpen: Weblogs | 13 Reacties »
15 september, 2006

Gisteren werd in Rotterdam weer de eDay gehouden, het jaarlijkse event van zusterblad Emerce. Eén van de sprekers was David Fleck van Linden Labs, het Californische bedrijf achter de virtuele wereld Second Life. Hoewel Second Life al veel langer bestaat, begint het bestaan ervan nu pas echt door te dringen tot de grote massa. Second Life is hot!
Toen Emerce een paar maanden geleden een artikel wijdde aan de online wereld steeg het aantal Nederlandse gebruikers in een paar maanden tijd van 3.000 tot zo’n 16.000 op dit moment. Daarmee is Nederland relatief gezien een van de snelst groeiende landen onder de SL-gebruikers.
Bekend is dat een aantal mensen zijn die hun dagelijks brood verdienen in Second Life. Zo is er het voorbeeld van Anshe Chung, die wereldwijd bekend werd als eerste makelaar in virtueel vastgoed, maar ondertussen zijn er veel mensen die dagelijks ‘naar hun werk gaan’ in Second Life. Wat ze daar doen? Voornamelijk bouwen, organiseren en handelen. Zo kan iemand die goed is in het maken van objecten deze verkopen aan andere bezoekers, in ruil voor Linden Dollars, de virtuele munteenheid van Second Life. Maar ook voor het gebruik van bepaalde objecten kan geld gevraagd worden, zelfs voor het verrichten van bepaalde diensten. Dat dit heel ver gaat bewijst het ‘virtual Amsterdam’, een stuk Amsterdam dat nagebouwd is in Second Life, waar natuurlijk heel stereotiep veel sexshops aanwezig zijn, en zelfs virtuele prostituees rondlopen…
Om de ontwikkeling en handel te stimuleren (en om zelf ook wat te verdienen) heeft Linden Labs de zogenoemde LindeX opgezet, een online beurs waar Linden Dollars omgezet kunnen worden in echte dollars. Interessant is dat de virtuele economie van Second Life daardoor een echte economie is geworden, die zowel invloed heeft op de virtuele als de echte wereld.
Het gevolg is dat niet alleen particulieren, maar ook (grote) bedrijven op de virtuele wereld afkomen, omdat zich daar steeds meer ‘echte’ mensen bevinden (potentiële klanten!). Zo toonde Fleck een virtueel warenhuis waar de Second Life gebruikers virtueel korting kunnen verzamelen waarmee ze vervolgens in webshops real life producten te kopen. Een ander voorbeeld is Adidas, dat Second Life gebruikt om nieuwe ontwerpen te testen die in gelimiteerde oplage in Second Life te koop zijn. Een mooie en vooral goedkope manier om je merk te promoten!

De interesse van grote bedrijven zorgt ervoor dat er steeds meer bedrijfjes ontstaan in de echte wereld, die services verlenen in de virtuele wereld. Zo was op de eDay het bedrijf Rivers Run Red aanwezig, dat bedrijven helpt met hun marketingstrategie in de virtuele wereld. Zij hebben Emerce ook geholpen om een stukje virtuele grond in te richten, waar de locatie van de eDay was nagebouwd.
De vraag is natuurlijk wat de toegevoegde waarde voor een blad/site als PCM zou kunnen zijn. Heeft iemand suggesties of geweldige ideeën? Roept u maar!
Hans Huter - Manager Online PCM
Onderwerpen: Weblogs | 4 Reacties »
12 september, 2006

Laatst was ik bij de Game Syndicate in Den Haag om een eerste indruk te krijgen van de game Medieval 2 – Total War. De ontwikkelaars zelf presenteerden hun nieuwste creatie, waarvan de strategiefans hoge verwachtingen hebben.
De Game Syndicate is een waar gamers-paradijs. Helemaal voor jonge gamers die zelf nog geen geld hebben om al het mooie speelgoed te kopen waarop je waanzinnige games kunt spelen. Voor een paar euro’s kun je hier namelijk op vette systemen de nieuwste games spelen. Ik was verbaasd over hoe goed het allemaal geregeld is: er is een bar en een keuken waar je prima eten en drinken kunt scoren en natuurlijk is er een groot, snel netwerk voor multiplayergames.
De Game Syndicate laat zien dat gamen wel degelijk hip is en niet langer alleen is weggelegd voor de stereotype nerd met dikke bril en dito buik. Natuurlijk bestaan ze nog, maar opvallend is – als we kijken naar de jonge genodigden die dag – dat de nieuwe generatie gamer er over het algemeen stoer uitziet en niet meer zo gemakkelijk in het hokje ‘nerd’ te duwen is. Nu heb ik persoonlijk niets tegen nerds (ik ben er immers zelf ook één, maar dan zonder bril en buik) en gamenerds in het bijzonder, maar wat ik bedoel is dat het niet meer zo gemakkelijk aan iemand te zien is dat hij een gamer is. Waarschijnlijk komt dat doordat gaming steeds meer geaccepteerd wordt. In de toekomst zal het net zoveel entertainmentwaarde hebben als televisie nu.
Steeds meer mensen gaan gamen; de tijd dat slechts alleenstaande jongens zich dagen achtereen opsloten in hun kamertje lijkt voorbij. En dat is maar goed ook, want wij nerds en gamers hebben lang genoeg met dat imago gezeten. Het is een feit dat er nu eenmaal mensen zijn voor wie de game- en computerhobby zo belangrijk is geworden dat ze helaas onbewust voldoen aan het stereotype nerd-signalement. De nieuwe generatie nerds laat echter zien dat we wel degelijk beschikken over sociale vaardigheden en ons ook nog behoorlijk kunnen kleden.

Kortom: gamers zijn cool of de wereld wordt steeds meer nerdy. En dat is een goede ontwikkeling, al zeg ik het zelf. Gamen houdt je scherp, dwingt je tot handelen, nadenken en presteren, laat je dingen meemaken die je niet in het echte leven meemaakt en is ook nog eens erg leuk!
Als je overigens meer wilt weten over onze eerste indruk van Medieval 2, sla dan het novembernummer van PCM er op na (dat ligt op 27 oktober bij je op de mat). Daarin bespreken we uitgebreid een preview van deze game.
Gerard Sombroek, test- en gamesredacteur
Onderwerpen: Zonder rubriek | Geen reacties »
11 september, 2006

Iedereen kent de CEBIT, maar de IFA is voor veel mensen nog een grote onbekende. Toch wordt de Internationale Funkausstellung in Berlijn alweer voor de 46e keer georganiseerd en lijken beide beurzen veel op elkaar. In beide gevallen kunnen de lcd-schermen niet groot genoeg zijn en laten de China- en Taiwan-paviljoens de meest gekke producten en schaamteloze imitaties zien.
In beide gevallen denk je op een internationale beurs te zijn, maar blijkt de beursstand van - ik noem maar wat - Creative eigenlijk te zijn georganiseerd door Creative Deutschland GmbH, die lokale boothbabe Ulrike heeft ingehuurd die (a) eigenlijk alleen maar mooi kan zijn en niets weet van het product en (b) liever Herr Max Mustermann uit Saarbrücken te woord staat dan een Nederlandse redacteur.
Wat ook gelijk is zijn de hordes scholieren die met grote glimmende ATI-tassen door de gangpaden gaan, op zoek naar balpennen en t-shirts waarmee ze het tientje entreegeld op de een of andere manier kunnen terugverdienen. Een groot pluspunt op de IFA is overigens wel, dat de zeer gespecialiseerde stichtingen en overheidsdienstverleners die je op de CeBIT vindt, op de IFA ontbreken: hier gaat het alleen maar om dingen die je echt kunt gebruiken: apparaten met stekkers!
Het is niet zo vreemd dat beide evenementen op elkaar gaan lijken, want consumentenelektronica wordt steeds meer afhankelijk van de IT-industrie. Dezelfde harddisks, processoren en usb-aansluitingen die je in de pc vindt, zie je ook terug in de dvd-recorders en home cinema-oplossingen. Fabrikanten van consumentenelektronica zullen moeten wennen aan het snellere tempo en de snellere prijserosie in de IT-industrie, maar ook aan de steeds opdoemende tekorten aan flashgeheugen, blauwe lasers en andere componenten. Het is daarom logisch dat de IFA niet meer een tweejaarlijks, maar een jaarlijks evenement is geworden: de ontwikkelingen gaan zo snel, dat volgend jaar alweer genoeg nieuws te melden is. De Full HD-televisies en de Blu-ray en HD-DVD producten waar mensen zich nu nog aan staan te vergapen zullen volgend jaar zijn vervangen door nóg nieuwere apparaten en marketingconcepten.
Toch is er maar een gematigde jubelstemming bij de organisatoren van de IFA. Het aantal exposanten en bezoekers van succesjaar 2005 werd dit jaar niet overtroffen en ook bleken veel camerafabrikanten met belangrijke introducties liever te wachten tot de Photokina, die eind september in Keulen plaatsvindt. Maar eigenlijk een nog onhandigere zet was dat de beursorganisatoren pas in oktober vorig jaar aankondigden dat de IFA een jaarlijkse evenement zou worden. Op dat moment hadden de meeste grote bedrijven hun beursbudgetten voor 2006 al ingepland voor andere evenementen.
Volgend jaar weer? Er was veel te beleven op de IFA, want ik had pas na 5 dagen alles goed gezien en moest nog redelijk veel evenementen en persconferenties laten schieten. Maar toch… ik sla een jaartje over.
Gonny van der Zwaag, softwareredacteur
Onderwerpen: Weblogs | Geen reacties »
8 september, 2006

De deadline is voorbij, ik kan weer even rustig ademhalen én ik heb weer tijd voor leukere dingen dan pdf’s maken, de puntjes (letterlijk) op de i zetten en nog gauw een leverancier bellen voor de prijs van dat ene product. Natuurlijk moet ik héél snel weer beginnen aan een nieuwe PCM – want tegen de tijd dat bij u PCM september op de mat valt, rolt in de drukkerij in Weert al weer bijna het oktobernummer van de persen – maar even bijkomen kan wel. Dus lees ik de krant, graas ik in de tijdschriften van de concurrentie, zet ik de laatste podcasts op mijn iPod (radio Hoe?Zo! is favoriet, voor als ik ‘s avonds niet kan slapen en de lettertjes van al die artikelen in PCM nog voor mijn ogen dansen) en spit ik de nieuwtjes in mijn rss-reader door.
Over nieuws gesproken: in PCM oktober vindt u een geheel vernieuwde nieuws-rubriek, met – uiteraard – degelijk nieuws, maar ook een agenda, een voorwoord van onze kersverse hoofdredacteur en meer. Nog maar twee weken, dan ligt PCM oktober alweer bij u thuis (en zit ik waarschijnlijk alweer met mijn hoofd in de teksten voor het decembernummer – raar idee, om te denken aan chocoladeletters, pepernoten en kerstballen, terwijl we laatst nog met de halve redactie in de zon zaten bij de Turkse broodjeszaak).
Astrid Hesseling, eindredacteur
Onderwerpen: Zonder rubriek | Geen reacties »
7 september, 2006

Podcasts schijnen op hun retour te zijn. Weblogs en video’s stijgen in populariteit, maar het beluisteren van audio via internet is niet populair. Jammer, want ik werd net enthousiast!
Sinds een paar maanden ben ik trouwe luisteraar van onder andere Kunststof (NPS), Storing (BNN), Radio Online (TROS) en nog wat andere amateur-podcasts, gemaakt door enthousiastelingen over hun hobby (in mijn geval: koken).
Ik luister naar de podcasts terwijl ik op mijn fietsje door het verkeer van Haarlem van mijn huis naar VNU rijd, of andersom. Ideaal vind ik het, want je luistert wanneer het je uitkomt. Net zoals je met de dvd-hd-recorder tv-programma’s kunt kijken op ieder willekeurig moment, zo geldt dat ook voor deze radioprogramma’s.
Ik durf wel te voorspellen dat radio binnen nu en een paar jaar drastisch zal veranderen. Dan stap je in de auto en stem je de audioplayer af op de live stream van je favoriete zender. En als je niets leuks kunt vinden, dan luister je gewoon een van de podcasts die je nog op je mp3-speler hebt staan.
Of… zou tegen die tijd heel Nederland voorzien zijn van wireless internet?
Arianne, adjunct-hoofdredacteur
Onderwerpen: Weblogs | Geen reacties »