23 mei, 2007

Canon bestaat in Europa 50 jaar en dat willen ze weten ook. Met
een groot aantal collega journalisten zijn we afgereisd naar het zonnige Monaco
om dit heugelijke feit te vieren. Canon heeft daar voor zijn zakelijke relaties
en de pers het Grimaldi Conferentiecentrum afgehuurd voor een grote presentatie
van alle actuele producten en het houden van een aantal conferenties. Zo worden
we in een grote zaal met enkele duizenden toehoorders toegesproken door de
President en COO van Canon inc: dhr Tsuneji Uchida en door de CEO van Canon
Europa dhr: Hajime Tsuruoka.
Door de eerste wordt de wens uitgesproken om van Canon een
wereldspeler te maken en zich te meten met Siemens en Philips. Nu is Canon in Europa en Japan weliswaar erg
groot maar in de wereldranglijst staan ze op de 86e plaats. Wel
bestaat de Canon groep uit 240 bedrijven met wereldwijd 240.000 werknemers.
Canon Europa is begonnen in 1957 in Geneve in
Zwitserland en in 50 jaar uitgegroeid met kantoren in Amstelveen en Londen tot
een van de belangrijkste producenten van imagingproducten als Camera’s en
printers.
Canon maakt in Monaco van de gelegenheid gebruik om zijn nieuwe
promotiecampagne te lanceren met het motto: “We speak image”. Daar zult u in alle media ongetwijfeld de
komende tijd één en ander van meekrijgen.

Dat Canon ook met het milieu is begaan en in het bijzonder met
de opwarming van de aarde bewijzen ze door energiezuinige en milieuvriendelijke
apparaten te produceren en de sponsoring van het Wereldnatuurfonds met een
campagne voor vers water en het redden van de ijsbeer, zie http://www.panda.org/polarbears.
Onder het genot van een hapje en een drankje presenteert Canon
ook nog een aantal nieuwe producten aan de aanwezige pers waaronder een nieuwe
superzoom Powershot camera, een aantal miniprinters en een paar
hd-videocamera’s.
Na een wandelingetje in het zonnige Monaco vliegen we
vervolgens weer voldaan huiswaarts.
Ger Elskamp, redacteur hardware
Onderwerpen: Ger Elskamp | Geen reacties »
22 mei, 2007

2007 wordt een
spannend jaar voor de social-video-industrie. Google is met zijn YouTube en
Google Video nog steeds koning in social-videoland, maar daar kan
dit jaar wel eens een einde aan komen. De belangrijkste bedreigingen voor
Google zijn op de eerste plaats de talrijke rechtszaken die mediabedrijven
tegen de zoekgigant hebben aangespannen wegens vermeende schendingen van
copyrightwetgevingen en op de tweede plaats de aankomende videodienst The Video
Bay van de jongens achter de rebelse torrentsite The Pirate Bay.
De beide
bedreigingen hebben met elkaar te maken. Nu YouTube is opgekocht door een
bedrijf dat een besteedbaar inkomen heeft dat groter is dan dat van een gemiddeld
Westers land, stappen de rechtmatige contenteigenaren massaal naar de rechter. Ze
ruiken geld en je kunt ze moeilijk kwalijk nemen dat ze een poging wagen. Om nog meer rechtszaken te voorkomen, moet YouTube snel laten zien dat het pro-actief bezig is om content waar copyright op
zit te verwijderen.
Google kijkt met
interesse naar een experiment van de populaire online community MySpace. MySpace
heeft een videofilter aan de site toegevoegd dat moet voorkomen dat
auteursrechtelijk beschermd materiaal op de site terecht komt. Google wil een
dergelijk filter ook gaan toepassen op zijn YouTube en Google Video
videodiensten. Een dergelijk filter voorkomt dat gebruikers nog langer
afleveringen van televisieprogramma’s kunnen uploaden zonder toestemming van de
rechtmatige eigenaar. Het kunnen bekijken van allerlei oude en nieuwe
tv-programma’s is echter een belangrijke reden waarom internetgebruikers massaal
YouTube bezoeken. Het is dan ook de vraag wat het verlies van deze content
betekent voor de populariteit van de videodienst. En dan verschijnt er ook nog
eens een schip aan de horizon dat een piratenvlag voert en duidelijk koers zet
om het koopvaardijschip van koning YouTube frontaal te rammen.
De jongens van The
Pirate Bay hebben maling aan copyrightclaims. Ze ontwikkelen hun videodienst
The Video Bay in Zweden waar de regels betreffende copyright niet zo
rechtszaakgevoelig liggen als in de VS waar Google is gevestigd. Google is
groot geworden met een rebelse houding richting het alfamannetje Microsoft,
maar steeds meer internetgebruikers krijgen het verontrustende gevoel dat Google
net zo’n groot en gevaarlijk bedrijf is geworden als Microsoft. Een nieuwe
videodienst waar het wel weer ‘vrijheid blijheid’ is en waar een gebruiker niet
bang hoeft te zijn dat het zijn oor laat hangen naar de op geld beluste
mediabedrijven kan wel eens koning YouTube van de troon stoten.
Het worden
onrustige tijden in social-videoland.
Donato Ranzato, internetredacteur
Onderwerpen: Donato Ranzato | Geen reacties »
14 mei, 2007

Vanaf het moment dat ik kon lezen en schrijven, ben ik
geïnteresseerd in taal – zowel in het leren van verschillende talen als in de
algemene taalwetenschap. En ik verzamel verhaspelde woorden, door elkaar
gehaalde uitdrukkingen en gekke teksten in het algemeen (je kunt als
eindredacteur je lol op). Ik ben ook dol op sites als taalpuristen.web-log.nl,
www.taalbank.nl en rudhar.com/lingtics/nlij_nl.htm (waar een geweldige
verhandeling staat over de Nederlandse letter IJ).
En natuurlijk heb ik een abonnement op Onze Taal, het
maandblad van het Genootschap Onze Taal. Ik vind het blad niet altijd even
interessant (het Nederlands in de zestiende eeuw kan me niet zo boeien), maar
soms staan er verrassende artikelen in. Mijn hart gaat vooral sneller kloppen
als ik lees over de de combinatie taal en computer en dan vooral hoe
taalwetenschappers voor hun onderzoek gebruik maken van de computer en handige
applicaties. Google Earth bijvoorbeeld.
Zo staat er in Onze Taal nummer 4 dat Google Earth de
Kloekekaart overbodig maakt. De wat? De Kloekekaart, die in 1926 werd
ontwikkeld, was een dialectkaart van Nederland en België. Dialectologen
tekenden met meetpunten dialectgegevens op de kaart. Zo zag je in één klap welk
dialect in welke gebieden werd gesproken. Dankzij Google Earth kunnen de
potloden in de kast blijven en wordt het veel eenvoudiger om dit soort gegevens
vast te leggen. De Radboud Universiteit Nijmegen werkt aan dit
digitaliseringsproject (het “D-square project”) en legt gegevens van de
taalsituatie van 1914 en die van 1994 vast. Je ziet dan meteen welke vorm van
een woord in het noorden voorkwam/voorkomt, en welke in het zuiden.
Wie het hele artikel wil lezen, kan terecht op Onze Taal. De website
van het project is www.ru.nl/dialect/d2/. Op YouTube kun je een filmpje bekijken met
deze taalvlucht.
Kent u ook interessante Google Earth-projecten? Of verzamelt
u zelf bijzondere gegevens? Laat het weten!
Astrid Hesseling, eindredacteur
Onderwerpen: Astrid Hesseling | Geen reacties »
13 mei, 2007

Afgelopen week vond in Amsterdam Blognomics 2007 plaats, een conferentie over weblogs en - zoals je zou mogen verwachten met zo’n naam - de mogelijkheden daar geld aan te verdienen. Met name dat laatste valt tegen.
Afgaand op het publiek in de zaal is het bloggerswereldje eigenlijk vrij klein in Nederland. Er waren zo’n tweehonderd mensen in de zaal, waarvan er misschien zo’n vijftig echte webloggers. Volgens Paul Molenaar van ilse media (uitgever o.a. van web-log.nl) is de groei in het aantal weblogs aan het afvlakken, volgens hem met name omdat tegenwoordig "iedereen en z’n zuster" een weblog heeft, en het verzadigingspunt dus is bereikt.
Uit de cijfers blijkt dat de meeste webloggers in Nederland gewone huis-tuin-en-keuken webloggers zijn, enthousiastelingen die een blog hebben hebben om hun belevenissen te delen met een handjevol familieleden en vrienden, die dan ook niet meer dan vijf of tien bezoekers hebben. De vraag die dan rijst is of er als professionele weblogger of uitgever van weblogs eigenlijk wel geld te verdienen is in deze markt, en die vraag werd niet echt goed beantwoord op deze bijeenkomst.
Er waren genoeg interessante verhalen, zoals bijvoorbeeld van Michael Nederlof van Skoeps.nl, de burger-journalistiek site. Zij bieden een platform voor de gewone man om nieuwswaardige gebeurtenissen te verslaan met digitale camera of mobieltje en vervolgens direct te publiceren op het web. Indien interessant genoeg kunnen de beelden doorverkocht worden aan de mainstream media, waarbij de winst gedeeld wordt tussen Skoeps en de maker van de beelden. Hiermee maken zij het mogelijk voor iedereen in Nederland te concurreren met "echte" journalisten en heeft Skoeps bij gebeurtenissen in het land vaak als eerste de beschikking over beeldmateriaal.
Verder bleek uit de verhalen van een panel met een aantal politici met een eigen weblog dat het in het politieke wereldje heel gebruikelijk is dat de weblogs van de meest vooraanstaande politici door ghostwriters worden geschreven. Niet echt verrassend natuurlijk, maar het geeft wel te denken, wat is eigenlijk de waarde van zo’n weblog?
Een ander opvallend verhaal was van Olger Smit van het mediabureau OMD, die een boekje open deed over vooraanstaande weblogs die soms gesponsorde posts plaatsen op hun weblog, zonder aan te geven dat het hier om een samenwerking met een adverteerder gaat. Dat lijkt totaal niet te kloppen met het beeld dat men heeft van grote weblogs als onafhankelijke media, maar geeft eigenlijk feilloos aan wat de huidige situatie voor professionele webloggers anno 2007 is: ook in de tijd van web 2.0 moet er gewoon brood op de plank komen.
Hans Huter - Manager Online
Onderwerpen: Zonder rubriek | Geen reacties »
9 mei, 2007

Onze vrienden van andere media bellen altijd op de gekste tijden als ze we weer eens een paar quootjes van ons nodig hebben. Zo kregen we afgelopen vrijdagmiddag een belletje van het NOS Journaal met de vraag of ze maandagmiddag mochten langskomen om iemand voor de camera te interviewen over de nieuwe internettelevisie van Joost.com. “Wat willen jullie precies weten?”, vroeg ik de mensen van het Journaal. Ik stelde deze vraag omdat er veel over dit onderwerp te vertellen valt. De insiders zijn natuurlijk al een tijdje bekend met Joost (spreek uit: Djoest) maar voor het grote publiek is deze manier van televisie kijken nog helemaal nieuw. Joost.com biedt internettelevisie en verspreidt de beelden via peer-to-peer-technologie. Dit betekent dat iedereen die via Joost televisie kijkt, meehelpt om deze beelden via het internet te verspreiden.
Wie een tv-programma bekijkt via uitzendinggemist.nl vraagt deze op bij een centrale server. Voor iedere kijker van uitzendinggemist.nl wordt een aparte stream gefaciliteerd en als veel mensen tegelijkertijd kijken betekent dit veel dataverkeer. Vanuit kostenoogpunt is verspreiding van tv-programma’s via peer-to-peer-technologie daarom voor uitzendinggemist.nl een interessant alternatief. Momenteel worden maandelijks 5,5 miljoen tv-programma’s via deze site opgevraagd. Overigens is Joost.com niet het enige initiatief op dit gebied. Ook Tribler, een initiatief van de TU Delft, timmert al enige tijd aan de weg. Als ik het goed heb, begint uitzendinggemist.nl straks daadwerkelijk met het aanbieden van televisieprogramma’s via Tribler.
Veel tijd wordt besteed aan de opstelling van de camera en de instelling van het geluid. Op de redactie gaat iedereen rustig door met zijn werk alsof er niets aan de hand is - met als gevolg dat er regelmatig collega’s door het beeld lopen. “Kunt u even een stukje verderop staan?”, zegt de cameraman vriendelijk tegen twee collega’s die druk aan het overleggen zijn over de invulling van het volgende nummer van PCM. De kunst is om ontspannen te blijven praten, zelfs wanneer er een grote camera in je gezicht wordt gedrukt. Tijdens het half uurtje filmen belicht ik meerdere aspecten van Joost.com, maar uiteindelijk ben ik slechts enkele tientallen seconden in het NOS Journaal te zien. Als u echt alles over peer-to-peer televisie wilt weten, kunt u beter de PCM lezen, want daarin staat binnenkort een groot artikel over dit onderwerp.
Marc Boersma, redacteur
Onderwerpen: Marc Boersma | 3 Reacties »
8 mei, 2007
Beste gamers,

Ik deel met jullie de passie voor het gamen en met veel
plezier storten ik en mijn mede gamereviewers ons dan ook op de diverse games
die voor de pc uitkomen. We doen altijd ons uiterste best om jullie regelmatig
te voorzien van verse gamereviews waarin onze mening en aanbevelingen staan.
Helemaal omdat games redelijk prijzig kunnen zijn, vinden wij een gedegen
oordeel belangrijk. Wel blijft een review natuurlijk altijd subjectief en is de
review altijd de persoonlijke mening van de reviewer.
Er zijn een heleboel games voor de pc en ze komen vaak met
bakken tegelijk op de markt. Daarom is het niet altijd mogelijk alle games te
reviewen en soms mis je dan wel eens een titel. Zo kan het zijn dat wij eens iets
constateren in een game wat we nog nooit eerder menen gezien te hebben, terwijl
het toch niet zo uniek is als wij aanvankelijk denken. Daarnaast hebben wij als
gamereviewers niet de luxe die de meeste gamers wel hebben; veel tijd om aan
één titel te besteden. Games reviewen is dan ook maar een klein onderdeel van
onze werkzaamheden. We zitten niet de hele dag op onze gat spelletjes te
spelen. Was het maar zo’n feest!
Gelukkig hebben we vele oplettende lezers die ons graag
attenderen op een foutje. Dit laten zij weten via een mailtje of via de
mogelijkheid zelf een review/commentaar onder de gamereview op de website te
zetten. Daar is op zich niets mis mee. Hoe meer informatie er gegeven wordt,
ook door andere gamers, hoe beter voor degene die review leest en al het
commentaar er onder.
Echter heb ik wel moeite met de toon die de meeste gamers
aanslaan in hun commentaar. Het geldt niet voor iedereen, maar bij de meeste
druipt de arrogantie er van af en worden wij beticht van ‘dingen uit de mouw te
schudden’ en dat we de game niet gespeeld hebben. Dit omdat zij van mening zijn
dat wij het bij verkeerde eind hebben. Nu is fouten maken menselijk dus wij
kunnen ook wel eens iets over het hoofd zien. Met feedback zijn we dan ook over
het algemeen erg blij. Maar gamers moeten bijna altijd iets zuurs onderaan hun
commentaar zetten. ‘Als je het spel gespeeld had, had je dat wel geweten….’ Blablablabla….
Van deze arrogantie word ik een beetje moe. Feedback is
welkom, maar hou je valse beschuldigingen voor je. En als je echt denkt het
allemaal beter te weten. Bewijs het dan maar en mail je betere review naar g.sombroek@vnumedia.nl . Wie weet overtuig je ons en doen we een
beroep op je om eens een game te reviewen voor ons. Dan zul je merken dat games
reviewen mensenwerk is en meer tijd kost dan je denkt.
Gerard Sombroek – Test en Games redacteur
Onderwerpen: Gerard Sombroek | 1 Reactie »
3 mei, 2007

Iedereen weet zich nog wel zijn eerste zoen, eerste sigaret en eerste bekeuring te herinneren. Woensdagavond 2 mei beleefde ik weer een eerste keer: ik maakte mijn eerste podcast. En inderdaad, ook deze ‘eerste keer’ zal ik niet snel vergeten.
Toen ik vorige week deelnam aan het InCT-congres over online uitgeven, werd ik door Ferdinand Sennema uitgenodigd als gast in de InCTcast, een podcast naar aanleiding van het congres.
Ferdinand is oud-hoofdredaceur van PCM en Computable en tegenwoordig trotse eigenaar van Xedia, een bedrijf in crossmediaal uitgeven. Tja, en wie zich in dit vakgebied begeeft moet natuurlijk handelen naar wat hij predikt. Dus moest er een podcast komen, met een verslag van de dag en samenvattingen van de sprekers. Gisteravond was het zover.
Het was druk in de kleine huisstudio die Ferdinand had ingericht: Dirkjan van Ittersum was ingehuurd voor de techniek en natuurlijk stond er het een en ander aan apparatuur uitgestald: een mengpaneel, twee microfoons, een digitale voicerecorder en de pc als stralend middelpunt. Dirkjan, die veel ervaring heeft opgedaan bij Teleac TeleScoop, had de jingle al gemaakt en bracht zelfs een compleet draaiboek mee. Ik was op voorhand al onder de indruk. Zeker toen ik zag wat voor vragen hij allemaal voor mij had bedacht. Gelukkig kreeg ik ruim de tijd om me voor te bereiden, want de eerste anderhalf tot twee uur waren de boys bezig alle technische mankementen te verhelpen: een irritante pieptoon (bleek van de extra geluidskaart te komen), geen volume op de koptelefoons (ergens stond een vakje aangevinkt wat niet aangevinkt had mogen staan) en nog wat van die dingen.
Voor het live-effect leek het Dirkjan het beste om alles in één keer op te nemen. Ik kreeg de smaak helemaal te pakken; radio maken (want ja, dat is het toch eigenlijk) is echt heel leuk! Natuurlijk had ik achteraf wel dingen anders of intelligenter willen zeggen. Bijvoorbeeld mijn opmerking over het online initiatief Lulu, dat ik per ongeluk verbasterde tot Lola. Met zo’n verspreking zet je jezelf immers niet echt neer als internetgoeroe.
Gelukkig kreeg ik de kans om een groot deel van de gesprekjes over te doen, want toen we aan het eind voldaan op de Stop-knop duwden, bleek dat de voicerecorder was vastgelopen na de dertiende minuut! Terwijl de podcast ruim een half uur duurde! Ruim twintig minuten hadden we podcastje gespeeld voor de kat zijn viool!
Gelukkig ging de tweede poging die we waagden wél goed opgenomen. Hopelijk merkt u er niets van dat we sommige gesprekken voor de tweede keer voeren, wanneer u de podcast - vers van de pers - beluistert op de site.
Arianne Raamstijn - Adjunct hoofdredacteur
Onderwerpen: Arianne Raamstijn | Geen reacties »
1 mei, 2007

Onlangs ben ik een week lang met een crashtest van notebooks
bezig geweest. Hierbij hebben we zeven notebooks mishandeld door ze te laten
vallen, er op te gaan zitten en water over het toetsenbord te gooien. Ze hebben
het min of meer allemaal overleefd. Minder geluk heb ik vervolgens met mijn
eigen notebook. De wet van Murhpy blijft ten slotte altijd gelden. Zet ik het
notebook op een ondoordacht moment snel op tafel naast een kopje koffie en
stoot een paar druppels koffie over het toetsenbord, veel gepiep is mijn deel.
Snel het notebook uitgezet en de paar druppels koffie opgedept. Een dagje laten
drogen en proberen: een stuk of 5 toetsen doen het niet meer. Toetsenbord eruit
geschroefd en aan een nader onderzoek onderworpen. Behalve wat opgedroogde koffie
resten is er niets te zien. Wel, als het dan toch al kapot is dan kan ik ook
wel proberen de koffieresten eruit te spoelen en hou het toetsenbord een poosje
onder de kraan. Vervolgens laat ik het drie dagen drogen. Het viel te
verwachten, nu zijn er twee rijen met toetsen die het niet meer doen.
Eens kijken of ik ergens online aan een nieuw toetsenbord kan
komen. Wat googelen levert al snel een aantal leveranciers op die onderdelen
aanbieden. Als je daar vervolgens op in gaat geven deze of snel als antwoord
dat ze geen toetsenbord voor mijn Acer tablet pc hebben of ze reageren al
helemaal niet.
Dan kan ik nu gaan uitproberen hoe goed de reparatieservice van
Acer is geregeld. Het zou toch jammer zijn als ik het notebook moet afdanken
omdat het toetsenbord het niet meer doet.
Gelukkig is het een tablet pc, dus kan ik nog wel wat met het
apparaat. Met de pen is het immers ook zonder toetsenbord te gebruiken. Nu het stuk
is realiseer ik me pas hoe vaak je het gebruikt en hoezeer ik aan het handige
kleine notebookje gehecht ben. Maar zien hoe het afloopt. Mijn advies: pas op
met vocht in de buurt van een notebook en verlaat je niet op de
morsbestendigheid van een toetsenbord.
Ger Elskamp, redacteur hardware
Onderwerpen: Ger Elskamp | Geen reacties »